ECLI:NL:RBDHA:2024:14910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag werd ingediend op 20 februari 2023, waarna de minister een beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 20 augustus 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres stelde de minister rechtsgeldig in gebreke op 30 augustus 2023 en diende op 15 september 2023 het beroep in, wat tijdig was. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 16 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.