ECLI:NL:RBDHA:2024:14926
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk afgewezen
Eiser, met de Azerbeidzjaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
Eiser voerde aan dat de opvang en begeleiding in Frankrijk ontoereikend zijn, onderbouwd met het AIDA Country Report France (2023 Update) en zijn eigen ervaringen zonder opvang en juridische bijstand. Hij stelde dat Nederland de behandeling van zijn asielaanvraag daarom aan zich moest trekken.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland ervan uit mag gaan dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Frankrijk tekortschiet in opvang of procedure, noch dat hij een reëel risico loopt op het ontbreken van opvang. Ook zijn stelling over het ontbreken van juridische bijstand werd niet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht aan Frankrijk onevenredig hard maken. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.