ECLI:NL:RBDHA:2024:14980
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling Dublin-overdracht en interstatelijk vertrouwensbeginsel bij asielaanvraag van Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 6 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Polen op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Polen op 11 januari 2022. Eiser betwistte dit en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet langer geldt en dat overdracht aan Polen onevenredig hard zou zijn vanwege zijn medische situatie en eerdere ervaringen.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Polen blijft gelden, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling. Eiser heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij als Dublinclaimant een dergelijk risico loopt. De eerdere ervaringen van eiser in Polen zijn betreurenswaardig, maar vormen geen bewijs voor een structurele systeemfout die overdracht uitsluit.
Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden, waaronder zijn depressieve klachten en medische situatie, rechtvaardigen geen weigering van overdracht. Er is geen acute suïciderisico en geen bewijs dat noodzakelijke medische zorg in Polen ontbreekt. Verweerder heeft de individuele omstandigheden voldoende betrokken en gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet van toepassing is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft het bestreden besluit en bevestigt dat Polen verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Eiser mag aan Polen worden overgedragen en krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag aan Polen worden overgedragen.