Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie1, de minister (gemachtigde: mr. Y. Verheugd).
Inleiding
Overwegingen
Het toetsingskader
Afhankelijkheidsrelatie
O, S, en L.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling gehuwd met een Nederlandse vrouw met drie minderjarige kinderen, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 20 VWEU Pro, beroepend op het arrest Chavez-Vilchez. De minister wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden, met name het ontbreken van een afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en zijn stiefkinderen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake is van gezinsleven tussen eiser en zijn echtgenote, dit niet geldt voor de stiefkinderen. De banden tussen eiser en de minderjarige stiefkinderen overstijgen niet de gebruikelijke, mede omdat de biologische vader nog in beeld is en eiser pas relatief kort in hun leven is. De minister heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt.
Eiser voerde aan dat het testament en de zorg voor de kinderen een afhankelijkheidsrelatie aantonen en dat de minister onzorgvuldig handelde door de Gezinsherenigingsrichtlijn niet te toetsen. De rechtbank verwierp deze gronden, stellende dat het testament een toekomstige omstandigheid betreft en dat toetsing aan de richtlijn niet verplicht was omdat geen verzoek daartoe was ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsaanvraag wordt ongegrond verklaard.