ECLI:NL:RBDHA:2024:15440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser is op 8 mei 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 20 september 2024 via telehoren.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring reeds driemaal eerder rechtmatig is getoetst en dat nu alleen de rechtmatigheid sinds het sluiten van het laatste onderzoek op 16 augustus 2024 aan de orde is. Eiser betoogt dat het vervolgberoep ook eerdere onrechtmatigheden moet omvatten, maar dit is door de rechtbank verworpen op basis van eerdere jurisprudentie.
Verder stelt eiser dat het beginsel van 'equality of arms' is geschonden doordat niet alle relevante stukken beschikbaar zijn, maar de rechtbank oordeelt dat de minister niet verplicht is alle schriftelijke rappellen te overleggen en dat het terugkeerbesluit van oktober 2023 wel aan het dossier is toegevoegd.
Eiser klaagt ook over het detentieregime en het gebrek aan internettoegang, maar de rechtbank acht deze omstandigheden niet zodanig dat de bewaring onevenredig zwaar is. Ten slotte vindt de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.