ECLI:NL:RBDHA:2024:15446
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens niet voldoen documentatievereiste
Eiser, een Turkse zelfstandige, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige bij zijn eenmanszaak. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan het documentatievereiste, omdat het ondernemingsplan onvolledig was en niet met voldoende stukken was onderbouwd. De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan het documentatievereiste zoals vereist in de Vreemdelingencirculaire, omdat essentiële onderdelen zoals een marktanalyse, financiële prognoses, intentieverklaringen van opdrachtgevers en bewijs van competenties ontbraken. De rechtbank verwierp het verweer dat de staatssecretaris buiten zijn bevoegdheid was getreden en dat het documentatievereiste niet mocht worden toegepast. Ook het beroep op positieve adviezen van de RvO in andere zaken en de standstill-bepaling faalden.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende stukken had overgelegd en geen geldige verklaring had gegeven waarom deze niet beschikbaar waren. Hierdoor kon de RvO niet beoordelen of er een wezenlijk Nederlands belang werd gediend. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen recht heeft op een voorlopige voorziening, griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.