ECLI:NL:RBDHA:2024:15736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning familieleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning om bij haar meerderjarige dochter (referente) in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat de familierechtelijke band niet was aangetoond en er geen sprake was van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Eiseres maakte bezwaar en voerde aan dat er sprake was van een nauwe, meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, mede vanwege haar medische situatie en de zorg die referente verleent.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen originele, gelegaliseerde geboorteakte had overgelegd en dat de minister terecht oordeelde dat de familierechtelijke relatie onvoldoende was aangetoond. De rechtbank toetste vervolgens of er sprake was van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid en concludeerde dat de minister dit terecht ontkende, mede omdat eiseres ook via professionele zorg en hulp van derden in Cambodja kan worden verzorgd.
Verder oordeelde de rechtbank dat de relatie tussen eiseres en haar kleinkinderen niet als hechte persoonlijke banden kon worden aangemerkt en dat het feit dat eiseres bij haar dochter en schoonzoon woont onvoldoende is om schending van haar privéleven aan te nemen. Ook de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling werd afgewezen omdat de benodigde zorg beschikbaar is in Cambodja. Het opgelegde terugkeerbesluit bleef eveneens in stand. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.