ECLI:NL:RBDHA:2024:15969
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening leefgeld Oekraïense ontheemde
Verzoekster, een Oekraïense ontheemde, kreeg leefgeld verstrekt op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Het college besloot dit leefgeld per 1 oktober 2024 stop te zetten omdat verzoekster bij haar Nederlandse echtgenoot woont, waardoor geen sprake zou zijn van particuliere opvang. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het leefgeld door te betalen totdat op het bezwaar was beslist.
Nadat het college op 2 oktober 2024 mededeelde alsnog leefgeld te verstrekken overeenkomstig de bedragen bij particuliere opvang, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg zij om een proceskostenveroordeling. Het college zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan het verzoek was tegemoetgekomen door het leefgeld alsnog te verstrekken en veroordeelde het college tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €875,-. Er werd geen griffierecht geheven, zodat dit bedrag volledig voor vergoeding in aanmerking kwam.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €875,- proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening omdat het leefgeld alsnog werd toegekend.