ECLI:NL:RBDHA:2024:16076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat verweerder de beslistermijn van maximaal 90 dagen plus een verlenging van drie maanden heeft overschreden zonder besluit te nemen.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder het besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin dergelijke termijnen als redelijk zijn beoordeeld. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt op 2 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd, en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.