ECLI:NL:RBDHA:2024:16383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 april 2024 waarbij zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag volgens de Dublinverordening. Eiser stelt dat hij in Bulgarije is gedetineerd en mishandeld, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije niet onverkort geldt vanwege pushbacks en slechte opvangomstandigheden.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen aanwijzingen zijn dat de situatie in Bulgarije zodanig is verslechterd dat dit beginsel niet meer toepasbaar is. Verweerder heeft voldoende onderzoek gedaan naar de algemene situatie in Bulgarije en heeft het beroep van eiser op systeemfouten en schendingen van mensenrechten niet aannemelijk geacht.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag aan zich te trekken wegens bijzondere individuele omstandigheden. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat eiser zijn stellingen over mishandeling en detentie niet heeft onderbouwd. Eiser heeft ook nagelaten om bij de Bulgaarse autoriteiten of rechter te klagen over zijn behandeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is.