ECLI:NL:RBDHA:2024:16641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens rechtmatige toekenning WIA-uitkering
Verzoeker heeft een schadevergoeding van €72.979,16 netto gevorderd wegens de vermeende onrechtmatige toekenning van een WIA-uitkering per 15 september 2011. Hij stelde dat door deze onrechtmatigheid geen loonsanctie aan zijn ex-werkgever werd opgelegd, waardoor hij geen passende re-integratie kon doorlopen.
De rechtbank overweegt dat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in 2014 het besluit tot toekenning van de WIA-uitkering in stand heeft gelaten, behalve het onderdeel over de re-integratieplicht van de werkgever. Hierdoor is de toekenning van de WIA-uitkering in rechte vast komen te staan en wordt deze als rechtmatig beschouwd.
Verzoeker heeft vanaf zijn eerste ziektedag tot aan zijn pensionering volledig arbeidsongeschikt geweest en heeft nooit om een herbeoordeling van zijn uitkering verzocht. De rechtbank ziet geen bijkomende omstandigheden die een uitzondering op de rechtmatigheid rechtvaardigen.
De stelling dat een voortgezet mediationtraject tot werkhervatting had kunnen leiden, wordt onvoldoende onderbouwd geacht, mede gezien het arbeidsconflict en de duurzame arbeidsongeschiktheid. Daarom is er geen sprake van een onrechtmatig besluit dat schadevergoeding rechtvaardigt.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens toekenning WIA-uitkering wordt afgewezen omdat het besluit rechtmatig is.