ECLI:NL:CRVB:2025:1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek aanvullende schadevergoeding loon- en pensioenschade na WIA-uitkering
Appellant heeft een WIA-uitkering ontvangen vanaf 15 september 2011 na arbeidsongeschiktheid en stelde dat hij loon- en pensioenschade heeft geleden vanaf het einde van het fictieve loonsanctiejaar tot aan zijn AOW-leeftijd. Hij vorderde een aanvullende schadevergoeding van €72.979,16 netto.
De Raad bevestigde dat het Uwv ten onrechte geen loonsanctie aan de ex-werkgever heeft opgelegd, maar stelde dat de schadevergoeding voor het fictieve loonsanctiejaar reeds is toegekend in een eerdere uitspraak van 2015. De toekenning van de WIA-uitkering en IVA-uitkering staat in rechte vast en vormt geen onrechtmatig besluit dat recht geeft op verdere schadevergoeding.
Appellant voerde aan dat het besluit geheel vernietigd zou zijn en dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen, maar de Raad oordeelde dat dit niet het geval is. Er is geen oorzakelijk verband tussen het gestelde schadebedrag en een onrechtmatig besluit. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.