ECLI:NL:RBDHA:2024:16665
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Estland in Dublinprocedure
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de minister om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Estland verantwoordelijk is. Na een eerdere ongegronde uitspraak van de rechtbank werd verzet ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de overdracht aan Estland uit te stellen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft. De rechtbank heeft terecht zonder zitting uitspraak gedaan en mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Estland, aangezien verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in Estland.
Daarnaast kan het beroep op indirect refoulement niet worden beoordeeld binnen de Dublinprocedure, tenzij het vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De geplande overdracht op 15 oktober 2024 kan daarom doorgaan. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Estland wordt afgewezen en de overdracht kan doorgaan.