ECLI:NL:RBDHA:2024:16785
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen bevestigd
Eisers, een Iraaks gezin met kinderen die sinds 2015 in Nederland verblijven, verzochten om een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste vijfjaarstermijn voor het indienen van een asielaanvraag. Eisers stelden dat het vasthouden aan deze termijn onevenredig hard was, mede omdat eiser minderjarig was bij de asielaanvraag en zij onvoldoende belangenafweging zagen, met name ten aanzien van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Diverse rapporten van deskundigen werden overgelegd, waarin werd gewezen op mogelijke ontwikkelingsschade bij terugkeer naar Irak en medische problematiek van de moeder. De staatssecretaris betoogde dat deze rapporten niet volledig konden worden betrokken vanwege de ex tunc-toetsing en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de rapporten wel degelijk relevant waren voor de beoordeling en dat de belangenafweging van de staatssecretaris, inclusief de belangen van de kinderen, voldoende zorgvuldig en gemotiveerd was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat het beroep ongegrond is. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.