ECLI:NL:RVS:2024:876
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank mvv-aanvraag wegens motiveringsgebrek en belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 juni 2021 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris dit besluit opnieuw ongegrond en vulde de motivering aan in juni 2023. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris de mvv moest verlenen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de grieven over motiverings- en zorgvuldigheidsgebreken niet tot vernietiging leiden omdat deze eenvoudig te herstellen zijn. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte een eigen belangenafweging maakte en het belang van het restrictieve toelatingsbeleid onvoldoende erkende.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het het besluit herroept en de mvv toewijst, en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen. De uitspraak van de rechtbank blijft voor het overige in stand. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de mvv toewijst; de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.