Uitspraak
verwerende partij,
1.De procedure
2.De feiten
Tot mijn grote schrik en ook ontsteltenis ben ik onverwacht zaterdag jl. gebeld door een
(…)
Rechtbank Den Haag
Een werknemer bij een groothandel in bloemenzaden deed aangifte van seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen haar directeur. De werkgever ontsloeg haar op staande voet omdat zij geen toelichting wilde geven over de aangifte. De werknemer betwistte dat er een dringende reden was voor ontslag en stelde dat zij niet verplicht was om uitleg te geven over een privé aangifte.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat de werkgever geen dringende reden had. Het feit dat de werknemer geen toelichting gaf over haar aangifte tegen de directeur, vormt geen geldige reden voor ontslag. De werkgever had het re-integratietraject moeten volgen en mediation kunnen inzetten.
De rechtbank vernietigde het ontslag, veroordeelde de werkgever tot doorbetaling van het salaris met wettelijke verhoging en rente vanaf de datum van het ontslag, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen omdat het belang ontbrak.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van salaris en kosten.