ECLI:NL:RBDHA:2024:17373
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiseres verblijft sinds februari 2024 in COA-opvang en vertoonde herhaaldelijk agressief en onacceptabel gedrag, waaronder een ernstig incident in september 2024 waarbij zij medebewoners en medewerkers verwondde. Het COA besloot haar daarom te plaatsen in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) en de minister legde een vrijheidsbeperkende maatregel op.
Eiseres voerde aan dat het GZA-akkoord ontbrak en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar haar psychische gesteldheid, en dat lichtere maatregelen mogelijk waren. De rechtbank stelde vast dat het GZA-akkoord wel aanwezig was en dat de motivering van het COA voor de HTL-plaatsing en vrijheidsbeperking uitgebreid en overtuigend was, mede gezien eerdere incidenten en de noodzaak de veiligheid te waarborgen.
Daarnaast stelde eiseres dat binnen de HTL onbevoegd geweld zou worden toegepast en dat haar privacyrechten volgens artikel 8 EVRM Pro werden geschonden. De rechtbank vond geen bewijs voor onbevoegd geweld en oordeelde dat de beperkingen proportioneel en rechtmatig waren, mede gelet op eerdere inspectierapporten en beleidsreacties.
De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werden ongegrond verklaard. Tegen het beroep tegen het plaatsingsbesluit staat hoger beroep open, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel niet.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.