ECLI:NL:RBDHA:2024:17374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, van Syrische nationaliteit, is op 7 september 2024 door het COa geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen vanwege agressief gedrag, waaronder het bijten van een beveiliger. Tegelijkertijd legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op die eiser verplicht binnen een bepaald gebied te verblijven. Eiser stelde dat het incident onjuist en onvoldoende onderbouwd was en dat het COa onvoldoende had gemotiveerd waarom niet voor een lichter middel was gekozen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het incident anders was verlopen dan vastgelegd en dat de ernst van het incident en de impact op het slachtoffer rechtvaardigen dat het COa tot plaatsing in de HTL is overgegaan. Ook werd geoordeeld dat het COa voldoende oog had gehad voor de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder zijn psychische problemen, en dat het GZA-akkoord zorgvuldig was opgesteld.
Verder stelde eiser dat binnen de HTL onbevoegd geweld zou worden toegepast en dat zijn privacyrechten volgens artikel 8 EVRM Pro werden geschonden. De rechtbank vond echter geen bewijs voor dwangmiddelen bij binnenkomst en verwees naar eerdere uitspraken en inspectierapporten die geen onrechtmatigheid van de HTL-opvang aantonen.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden ongegrond verklaard.