ECLI:NL:RBDHA:2024:17842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen na een incident waarbij hij kokend water over een medebewoner zou hebben gegooid. De minister legde daarnaast een vrijheidsbeperkende maatregel op. Eiser stelde dat het plaatsingsbesluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de verklaringen tegen hem niet betrouwbaar waren, maar de rechtbank oordeelde dat het COa voldoende aannemelijk had gemaakt dat het incident had plaatsgevonden.
De rechtbank vond dat de verklaringen van medebewoners, ondanks hun vriendschap, geloofwaardig waren en dat de fysieke sporen en aard van de verwondingen de lezing van eiser niet ondersteunden. Ook werd geoordeeld dat het COa terecht had gekozen voor de HTL-maatregel vanwege de ernst van het incident en de noodzaak de veiligheid te waarborgen.
Verder was het medisch advies van het GZA voldoende betrokken bij de beslissing en waren er geen medische bezwaren tegen plaatsing. Eiser voerde ook aan dat zijn privacyrechten waren geschonden, maar de rechtbank bevestigde eerdere jurisprudentie dat de HTL een vrijheidsbeperking is en geen vrijheidsontneming, en dat de leefbaarheid en veiligheid niet in strijd zijn met het EVRM.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de vrijheidsbeperkende maatregel voldoende was gemotiveerd ondanks verwijzingen naar meerdere incidenten. Het beroep tegen zowel het plaatsingsbesluit als de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.