ECLI:NL:RBDHA:2024:17999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid. De rechtbank had eerder op 10 januari 2024 het beroep gegrond verklaard en een beslistermijn van zestien weken gesteld met een dwangsom.
Verweerder heeft echter geen besluit genomen binnen deze termijn, waarna eiseres opnieuw beroep instelde. De rechtbank constateert dat het nieuwe beroep gegrond is omdat de maximale dwangsom was bereikt en er nog steeds geen besluit is genomen.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op conform artikel 8:55d Awb en verhoogt de dwangsom. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 4 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.