Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 9 februari 2024, waarbij de minister uiterlijk op 9 augustus 2024 had moeten beslissen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna eiseres op 12 augustus 2024 een ingebrekestelling heeft gestuurd en op 28 augustus 2024 het beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €437,50.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn een besluit te nemen. Deze uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 4 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.