ECLI:NL:RBDHA:2025:13920
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor haar en haar minderjarige kinderen. Eerder, op 4 november 2024, had de rechtbank het eerste beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder geen besluit genomen, waarop eiseres opnieuw beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet vereist is omdat verweerder zich niet aan de eerder gestelde termijn heeft gehouden. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000, omdat eerdere dwangsommen onvoldoende effect hadden.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 28 juli 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.