Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend, namelijk voordat de beslistermijn was verstreken.
Opposant stelde dat de beslistermijn niet rechtsgeldig verlengd kon worden op basis van het Besluit WBV 2023/3 en verwees naar eerdere uitspraken waarin deze verlenging werd betwist. De rechtbank oordeelde echter dat de verlenging met negen maanden rechtsgeldig was op grond van het eerdere Besluit WBV 2022/22.
De rechtbank concludeerde dat op het moment van de ingebrekestelling de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor het beroep niet ontvankelijk was. In het verzet is alleen beoordeeld of er redelijke twijfel bestond over deze conclusie, wat niet het geval was. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.