ECLI:NL:RBDHA:2024:18521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn vanwege het uitblijven van een reactie op zijn laissez-passer-aanvraag en dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede omdat hij bereid was terug te keren.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat bij de beoordeling van de voortzetting alleen de periode daarna relevant is. Er waren geen aanwijzingen dat de Algerijnse autoriteiten de laissez-passer-aanvraag hadden afgewezen of niet zouden verstrekken. Bovendien had eiser onvoldoende eigen inspanningen getoond om aan documenten te komen of zijn terugkeerverplichting na te komen.
De rechtbank vond dat het langer voortduren van de bewaring mede voor risico van de eiser kwam en dat het toepassen van een lichter middel niet verplicht was, gezien het risico op onttrekking. De ambtshalve toetsing bevestigde de rechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.