ECLI:NL:RBDHA:2024:1868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De staatssecretaris had vastgesteld dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks en mishandeling door Kroatische autoriteiten.
De rechtbank overwoog dat Kroatië het verzoek tot terugname had aanvaard en gebonden is aan Europese en internationale asielregels. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat er geen aanwijzingen zijn voor pushbacks in Kroatië. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk slachtoffer was van een pushback of dat er bijzondere individuele omstandigheden zijn die een inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat geen schending van artikel 4 van Pro het Handvest dreigt en dat het beroep ongegrond is. Hierdoor blijft het besluit in stand en kan eiser worden overgedragen aan Kroatië. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack op 12 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand.