Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer: [V-nummer]
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van het besluit gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat de minister uiterlijk op 12 augustus 2024 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van acht weken op waarbinnen een besluit moet worden genomen, tenzij nader onderzoek wordt aangekondigd, waarna de termijn twintig weken bedraagt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442,50, proceskosten van €437,50 en vergoeding van het griffierecht van €187. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen en legt een termijn en dwangsommen op aan de minister.