ECLI:NL:RBDHA:2024:19150
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Polen ongegrond
Eiser, met Jemenitische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister van Asiel en Migratie nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat de Poolse asielprocedure ernstige tekortkomingen vertoont, waaronder systeemfouten en onvoldoende rechtsbescherming, wat kan leiden tot verboden refoulement. Hij stelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig tot stand was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van een hoogdrempelig risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Verder overwoog de rechtbank dat binnen de Dublinprocedure niet kan worden getoetst aan risico's van indirect refoulement zolang het vertrouwensbeginsel geldt. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.