ECLI:NL:RBDHA:2024:19891
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Roma uit Bosnië-Herzegovina wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar
Eiser, een Roma uit Bosnië-Herzegovina, verzocht op 3 oktober 2024 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege discriminatie, geweld en gebrek aan toegang tot medische zorg in zijn woonplaats Vlasenica niet veilig kon leven. De minister wees de aanvraag op 28 oktober 2024 af als kennelijk ongegrond, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig achtte, maar de door eiser gestelde problemen in Vlasenica onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt. Eiser baseerde zijn verhaal op vermoedens en kon niet verklaren waarom problemen pas op volwassen leeftijd ontstonden. Ook had hij de mogelijkheid om elders in veiligheid te verblijven, wat hij niet deed.
De rechtbank bevestigt dat Bosnië-Herzegovina als veilig land van herkomst geldt, ook voor Roma, en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De stelling dat hij geen toegang heeft tot medische zorg wordt weerlegd door een medisch dossier dat behandeling in Bosnië-Herzegovina bevestigt. De aanvraag wordt daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.