ECLI:NL:RVS:2017:642
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenasiel geweigerd wegens onvoldoende bewijs van onveiligheid in Bosnië voor Roma
De vreemdelingen, behorend tot de Roma-bevolkingsgroep uit Bosnië en Herzegovina, hadden asiel aangevraagd wegens stelselmatige discriminatie en een gewelddadige aanval waarbij zij ernstig letsel opliepen. De staatssecretaris wees de aanvragen af, maar de rechtbank vernietigde deze besluiten en gaf de vreemdelingen gelijk.
In hoger beroep stelde de staatssecretaris dat Bosnië en Herzegovina als veilig land van herkomst kan worden beschouwd en dat de vreemdelingen onvoldoende hadden aangetoond dat zij geen bescherming konden krijgen tegen de problemen die zij ervaren. De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen zich niet tot de autoriteiten hadden gewend om bescherming te vragen, wat wel van hen verwacht mocht worden.
De Raad concludeerde op basis van rapporten van Human Rights Watch en de Europese Commissie dat Roma niet stelselmatig worden gediscrimineerd in die mate dat asiel gerechtvaardigd is. Ook was er bewijs dat de vreemdelingen toegang hadden tot publieke diensten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onveiligheid in Bosnië voor de Roma.