Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser
de Minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
owner” van het visum. Bovendien staat bij “
taken on behalf” geen andere lidstaat ingevuld. Hieruit blijkt dus niet dat het visum door Spanje is afgegeven in vertegenwoordiging van een andere lidstaat (in dit geval Nederland). Ook uit de visumsticker in het paspoort van eiser blijkt dit niet, nu daarop geen vermelding staat van de code R/NL. De minister heeft tijdens de zitting toegelicht dat deze code zichtbaar zou moeten zijn in een situatie waarbij een visum is afgegeven in vertegenwoordiging van Nederland, en verwijst daarvoor naar Verordening 810/2009 [4] , bijlage 7, punt 9A. Bovendien heeft Spanje met het (uiteindelijke) claimakkoord de verantwoordelijkheid op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening geaccepteerd (dan wel bevestigd) en daarbij niet te kennen gegeven dat het visum niet namens Spanje zelf maar namens Nederland is verstrekt. Al deze informatie samen betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat het visum door Spanje is afgegeven en niet namens Nederland. Het door eiser meegezonden aanvraagformulier van het Schengenvisum doet hier niet aan af, nu hieruit niet blijkt dat namens Nederland een visumaanvraag is gedaan. De stelling van eiser dat het zijn wens was om naar Nederland te komen en dat daarom ook op het aanvraagformulier is ingevuld dat Nederland de (toeristische) hoofdbestemming van de reis was, leidt ook niet tot een ander oordeel. De rechtbank onderkent weliswaar dat veel erop wijst dat eiser naar Nederland wilde reizen en dat hij ook direct via Spanje is doorgevlogen naar Nederland. Maar dat doet er niet aan af dat het visum door Spanje is afgegeven (en niet namens Nederland) en dát is het relevante feit om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behadeling van eisers asielaanvraag. De rechtbank overweegt daarbij dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de intentie van eiser bij het aanvragen van het visum niet van doorslaggevend belang is voor het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening. Indien eiser van mening is dat het Schengenvisum op verkeerde gronden is afgegeven omdat het niet namens Nederland is verstrekt dan wel dat dit ten onrechte niet op het visum staat, dan had hij daarover moeten klagen bij de Spaanse vertegenwoordiging in Bolivia vóórdat hij met dit visum naar Europa reisde. Het is niet gebleken dat eiser van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt of dat hij deze mogelijkheid niet heeft gehad. Het is mogelijk dat eiser in de veronderstelling was dat aan hem een Nederlands Schengenvisum werd verstrekt door Spanje, maar dat leidt niet tot een ander oordeel. De (asielrechtelijke) gevolgen van het feit dat hij met dit Spaanse visum naar Nederland is gereisd, komen voor zijn rekening. Daarin ligt geen reden om in afwijking van de dwingend voorgeschreven regels daarover van de Dublinverordening niet Spanje maar Nederland als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen. De primaire beroepsgrond slaagt dan ook niet.