ECLI:NL:RBDHA:2024:19973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en minderjarig kind. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een ingebrekestelling. De beslistermijn van verweerder was uiterlijk 20 augustus 2024, maar er is geen besluit genomen. De rechtbank acht dit een bijzonder geval en legt een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken.
Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit nemen, tenzij nader onderzoek wordt ingesteld en schriftelijk aan eiser wordt meegedeeld, dan geldt een termijn van twintig weken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn is een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. Verweerder is tevens veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en proceskosten van €437,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.