Eiseres ontving een WIA-uitkering die per 17 oktober 2020 werd beëindigd door het UWV vanwege het verrichten van zelfstandige werkzaamheden. Verweerder stelde vast dat eiseres onterecht uitkering ontving en vorderde terugbetaling van €39.811,22. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij geen gelegenheid had gehad om de verklaringen te controleren.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit gebrekkig is omdat eiseres in de bezwaarprocedure slechts een geanonimiseerd rapport ontving, terwijl zij pas in de beroepsprocedure het volledige rapport kreeg. Desondanks bevestigen het handhavingsrapport, verklaringen van ex-werknemers, de boekhouder en partner dat eiseres als zelfstandige heeft gewerkt en inkomsten heeft genoten tijdens de uitkeringsperiode.
De rechtbank past de zesmaandenjurisprudentie toe en beperkt de terugvordering tot de periode van 17 oktober 2020 tot en met 24 april 2022. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.