Appellant ontvangt sinds 30 mei 2016 een Sloveens pensioen en samen met appellanten een AIO-aanvulling sinds 7 juni 2016. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) ontving op 27 maart 2017 informatie van het Sloveense pensioenfonds over het pensioen van appellant, maar ondernam niet binnen zes maanden actie. De Svb herzag en vorderde terug vanaf juni 2016 tot augustus 2021 wegens niet-melding van het buitenlandse pensioen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit maar liet de rechtsgevolgen van de terugvordering in stand, omdat het signaal niet van appellanten zelf afkomstig was en de zesmaandenjurisprudentie daarom niet van toepassing zou zijn. Appellanten gingen in hoger beroep tegen dit standpunt.
De Raad oordeelt dat de zesmaandenjurisprudentie ook geldt wanneer het bestuursorgaan zelf concrete informatie ontvangt, zoals hier van het Sloveense pensioenfonds. De Svb had binnen zes maanden na 27 maart 2017 moeten handelen. Omdat dat niet gebeurde, heeft de Svb de te veel betaalde AIO-aanvulling onnodig hoog laten oplopen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover de terugvordering in stand is gelaten en draagt de Svb op een nieuwe berekening en besluit te nemen over de terugvordering voor de periode van 7 juni 2016 tot en met 27 september 2017. Tevens wordt de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellanten.