ECLI:NL:RBDHA:2024:20598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft op 16 april 2024 asiel aangevraagd in Nederland. De minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Roemenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Roemenië op 26 maart 2024.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege mishandeling en slechte opvang in Roemenië, en dat bijzondere omstandigheden, waaronder zijn minderjarige broer in Nederland, een onverplichte behandeling in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen leverde voor een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelde dat de familierechtelijke relatie tussen eiser en zijn minderjarige broer onvoldoende was onderbouwd, mede omdat relevante documenten laat en zonder vertaling werden ingediend. Het door Nidos opgestelde verslag over het belang van de minderjarige broer werd niet als voldoende bewijs gezien.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is.