ECLI:NL:RBDHA:2024:20825
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel HTL wegens onterechte kwalificatie incident
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, werd op 22 oktober 2024 door het COa geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Dit volgde op een incident op 16 oktober 2024 waarbij eiser volgens het COa ernstig fysiek geweld had gebruikt tegen beveiligers op een opvanglocatie.
Eiser betwist de kwalificatie van het incident als een gedraging met zeer grote impact en stelt dat hij niet heeft gespuugd of geslagen, maar juist zelf slachtoffer was van geweld. Hij overlegt een kennisgeving van seponering en wijst op het tijdsverloop tussen het incident en de maatregel als indicatie dat het incident niet ernstig was.
De rechtbank oordeelt dat het gedrag van eiser weliswaar agressief was, maar niet de drempel van zeer grote impact overschrijdt. Er is geen bewijs van letsel of onvermogen van de beveiliger om te handelen. Daarom wordt het plaatsingsbesluit vernietigd en de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven.
De rechtbank acht aannemelijk dat eiser immateriële schade heeft geleden door de onrechtmatige beperking van zijn bewegingsvrijheid gedurende 49 dagen en veroordeelt de Staat tot een schadevergoeding van €1.225. Tevens worden het COa en de minister ieder voor de helft veroordeeld in de proceskosten van €1.750.
Uitkomst: Het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel worden vernietigd en opgeheven, met een schadevergoeding van €1.225 aan eiser.