ECLI:NL:RBDHA:2024:20872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure en schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd na weigering van toegang tot Nederland en diende het grensbewakingsbelang. De rechtbank beoordeelt of de maatregel onrechtmatig was en of schadevergoeding toekomt.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 11 november 2024 op Schiphol arriveerde en op 11 november om 22:30 uur de toegang werd geweigerd. De vrijheidsontnemende maatregel werd op 12 november opgelegd nadat eiser zijn asielwens kenbaar had gemaakt. De rechtbank oordeelt dat het verblijf in de lounge voorafgaand aan het asielverzoek niet als vrijheidsontneming geldt en dat zij niet bevoegd is hierover te oordelen.
De rechtbank constateert dat de grensdetentie niet langer duurde dan noodzakelijk was en dat verweerder voortvarend heeft gehandeld door het asielverzoek tijdig te behandelen. De maatregel werd op 26 november opgeheven. De rechtbank kan niet oordelen over de wijze van uitvoering van het regime binnen het detentiecentrum, omdat hiervoor een andere rechtsgang openstaat.
Daarmee is niet gebleken dat de maatregel onrechtmatig was en wordt het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.