ECLI:NL:RBDHA:2024:2111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser is op 7 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 19 januari 2024 bevestigd.
De rechtbank beoordeelt nu alleen de periode vanaf 19 januari 2024. De staatssecretaris heeft toegelicht dat er zicht is op uitzetting naar Algerije, onderbouwd met cijfers over lopende lp-aanvragen en nationaliteitsbevestigingen in 2024, en dat ook bij no-show gevallen onderzoek naar identiteit en nationaliteit plaatsvindt. Tevens zijn er meerdere rappels gedaan en een vertrekgesprek gevoerd met eiser.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt en dat er geen reden is om aan te nemen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser verleent onvoldoende medewerking aan zijn uitzetting, terwijl de Algerijnse autoriteiten wel meewerken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.