ECLI:NL:RBDHA:2024:21229
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelt dat hij in Kroatië slecht is behandeld, waaronder detentie, marteling en pushbacks, en dat er een reëel risico bestaat op schending van zijn rechten bij overdracht.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, zoals bevestigd door recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De persoonlijke ervaringen van eiser betreffen zijn eerste aankomst en niet de situatie als Dublinclaimant, waarvoor geen reëel risico op onmenselijke behandeling is aangetoond.
Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals familiebanden in Nederland, rechtvaardigen geen onverplichte behandeling van zijn aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het besluit van de minister.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.