ECLI:NL:RBDHA:2024:21326
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 29 oktober 2024 behandeld, waarbij eiseres zich had afgemeld.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van een niet-registertolk tijdens het aanmeldgehoor vanwege spoedeisendheid en beperkte beschikbaarheid van registertolken. Ook is het beroep op onzorgvuldige voorbereiding ongegrond omdat het standaardvoornemen voldoende gemotiveerd was en de specifieke situatie van eiseres is betrokken.
Verder mocht de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België, ondanks de door eiseres aangevoerde opvangproblemen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij bij overdracht aan België een reëel risico loopt op schending van haar rechten. Ook toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening was niet vereist omdat passende opvang en zorg in België beschikbaar zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld. Eiseres mag worden overgedragen aan België en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag mag worden overgedragen aan België.