ECLI:NL:RBDHA:2024:21542
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
De rechtbank Den Haag heeft op 13 december 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Kroatië als eerste lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat Kroatië niet adequaat zou handelen, onder meer vanwege pushbacks en tekort aan opvang, en dat de minister daarom niet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen. De rechtbank oordeelde echter dat de Kroatische autoriteiten het verzoek tot terugname hadden geaccepteerd en dat er geen concrete aanwijzingen waren dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook de persoonlijke ervaringen van eiser boden onvoldoende grond om het besluit te wijzigen.
Verder verwierp de rechtbank het betoog dat de minister op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag onverplicht had moeten behandelen. De minister had de persoonlijke omstandigheden reeds betrokken bij zijn beoordeling van het vertrouwensbeginsel en hoefde deze niet opnieuw te toetsen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister mocht het besluit handhaven.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.