ECLI:NL:RBDHA:2024:21568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat Kroatië verantwoordelijk is, mede omdat Nederland een verzoek tot terugname aan Kroatië heeft gedaan dat is aanvaard. Eiser stelde dat Nederland al was begonnen met de inhoudelijke behandeling van zijn aanvraag, maar de rechtbank volgt dit niet omdat de procedure om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen nog niet was afgerond tijdens het aanmeldgehoor.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege zijn negatieve ervaringen in Kroatië, waaronder pushbacks en mishandeling. De rechtbank verwijst naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen die de overdracht aan Kroatië verbieden.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag onverplicht te behandelen wordt verworpen. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de persoonlijke omstandigheden van eiser geen reden geven om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel of om de aanvraag alsnog in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de aanvraag van eiser niet door Nederland zal worden behandeld.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en zijn asielaanvraag wordt niet door Nederland behandeld.