ECLI:NL:RBDHA:2024:2158
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris beoordeeld om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De staatssecretaris had een terugnameverzoek aan Spanje gedaan, dat was aanvaard.
Eiser stelde dat de termijn voor het aanleveren van zijn vingerafdrukken in Eurodac was overschreden, waardoor Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn. De rechtbank oordeelde echter dat noch de Eurodac- noch de Dublinverordening gevolgen verbinden aan deze termijnoverschrijding en dat het terugnameverzoek tijdig was ingediend.
Verder voerde eiser aan dat de opvang- en asielprocedure in Spanje tekortkomingen vertoont, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zou gelden. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van zodanige fundamentele tekortkomingen dat overdracht aan Spanje onrechtmatig zou zijn. Ook individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken, zijn niet gesteld.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.