ECLI:NL:RBDHA:2024:21761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verlaging maandbedrag terugbetaling studieschuld afgewezen ondanks onjuiste draagkrachtvaststelling
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het vastgestelde maandbedrag voor de terugbetaling van zijn studieschuld, omdat verweerder geen rekening hield met persoonlijke aftrekposten volgens de Duitse fiscus en alleen het bruto-inkomen gebruikte.
Verweerder baseerde de draagkracht op het toetsingsinkomen over 2022, waarbij alleen Nederlandse fiscale aftrekposten werden meegenomen. Tijdens de procedure bleek dat het toetsingsinkomen hoger was dan aanvankelijk vastgesteld, maar uit coulance werd het maandbedrag niet aangepast.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het toetsingsinkomen niet correct heeft vastgesteld, waardoor het beroep gegrond is. Echter, de rechtsgevolgen van het besluit blijven gehandhaafd omdat de wetgever bewust heeft gekozen geen rekening te houden met besteedbaar inkomen of individuele uitgavenpatroon.
Eisers beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule wordt verworpen. De rechtbank benadrukt dat de persoonlijke gezinssituatie geen bijzondere omstandigheid vormt en dat eiser gebruik kan maken van aflosvrije maanden.
Het besluit wordt vernietigd, het maandbedrag blijft ongewijzigd en verweerder moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep is gegrond en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.