ECLI:NL:RBDHA:2024:21916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met andere zaken behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië nog van toepassing is.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De door eiser aangevoerde landeninformatie en persoonlijke ervaringen, waaronder mishandeling en detentie in Kroatië, bieden onvoldoende grond om aan te nemen dat hij een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling of pushbacks. De rechtbank vindt dat de minister voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn verhaal te doen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen wordt verworpen. De rechtbank stelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de omstandigheden van eiser en zijn zoontje onvoldoende zijn om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.