ECLI:NL:RBDHA:2024:21965
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep op beëindiging tijdelijke bescherming ongegrond verklaard
Opposante heeft beroep ingesteld tegen brieven van 29 januari 2024 en 4 maart 2024 waarin de beëindiging van haar tijdelijke bescherming werd medegedeeld. De rechtbank heeft op 1 mei 2024 het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de brieven geen besluit vormen in de zin van de Awb.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld en behandeld op 5 december 2024. Opposante stelde dat de brief van 29 januari 2024 een intrekkingsbesluit is en dat het beroep mede daarop ziet, waarbij niet op de beroepsgronden is ingegaan. Ook werd aangevoerd dat de brieven een bestuurlijk rechtsoordeel bevatten dat gelijkgesteld moet worden aan een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het intrekkingsbesluit reeds in een andere procedure is beoordeeld en dat die uitspraak gezag van gewijsde heeft. De brief van 29 januari 2024 is slechts een mededeling zonder zelfstandig rechtsoordeel en geen besluit. Daarom is het verzet ongegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op beëindiging van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.