ECLI:NL:RBDHA:2022:14087
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens rechtsgeldige verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag van 8 april 2022 en betoogde dat de wettelijke beslistermijn was verstreken. De staatssecretaris stelde dat de beslistermijn door WBV 2022/22 met negen maanden was verlengd vanwege een grote toename van asielaanvragen sinds de tweede helft van 2021.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierbij speelde de stijging van asielaanvragen, waaronder van Oekraïense en Afghaanse vreemdelingen, een rol, evenals de toegenomen werkvoorraad bij de IND en de beperkte capaciteit om deze op te vangen.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat alleen een plotselinge piek in asielaanvragen een verlenging rechtvaardigt en dat de verlenging niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. Ook de argumenten over de effecten van Dublinclaimanten en het moratorium voor Afghaanse asielzoekers werden niet gevolgd.
Omdat de beslistermijn op het moment van de ingebrekestelling nog niet was verstreken door de verlenging, was de ingebrekestelling te vroeg ingediend en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank hoefde daarom niet inhoudelijk op de overige verzoeken van eiser in te gaan.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.