Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. A. Bakker),
de heffingsambtenaar Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland , verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum. Eiser bepleit een waarde van € 1.013.000. Daartoe voert hij – samengevat – aan dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft gehandeld omdat de grondstaffel en waardeberekeningen niet zijn toegezonden. Eiser stelt dat op grond van artikel 7:4, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verweerder de stukken dient op te sturen. Voorts voert eiser aan dat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd, aangezien de inhoud van de hoorzitting niet volledig in de uitspraak is weergegeven. Eiser betwist een taxatieverslag ontvangen te hebben en geeft aan dat hij verweerder meerdere malen heeft verzocht om het taxatieverslag toe te zenden. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de verschillen tussen de referentieobjecten aangezien het isolatieniveau van de woning slecht is ten opzichte van de referentieobjecten. Daarnaast stelt eiser dat de verkoopcijfers van de referentieobjecten niet zijn geïndexeerd. Eiser stelt dat op grond van de bouwtekeningen van de referentieobjecten, de oppervlaktes en inhoud van de referentieobjecten onjuist zijn vastgesteld. Ten slotte stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn bewijslast aangezien verweerder geen iWOZ-kaarten heeft overlegd, waardoor de KOUDV-factoren en de objectkenmerken onvoldoende zijn onderbouwd.