Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2024 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: mr. A. Bakker),
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is de waarde van de woning op waardepeildatum. Eiser bepleit een waarde van € 334.000. Daartoe voert hij – samengevat – aan dat op grond van artikel 6:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de stukken uit de bezwaarfase verzonden dienen te worden naar de gemachtigde. Eiser stelt dat de stukken die ter inzage lagen op de voet van artikel 7:4, vierde lid van de Awb naar eiser verzonden dienen te worden. Er sprake is van schending van het motiveringsbeginsel, omdat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd aangezien niet volledig is weergeven wat er is besproken in het hoorgesprek. Verder geeft eiser aan dat hij geen taxatieverslag heeft ontvangen en stelt hij zich op het standpunt dat verweerder het taxatieverslag aan eiser had moeten toezenden. Met betrekking tot de waardering van de woning is er onvoldoende rekening gehouden met de verschillen tussen de woning en referentieobjecten. Daarbij bestrijdt eiser dat de inhoud van de woning en de inhoud en oppervlakte van de referentieobjecten goed zijn berekend. Voorts geeft eiser aan dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze de verkoopcijfers zijn geïndexeerd. Tot slot stelt eiser dat de bouwtekeningen en de iWOZ-kaarten behoren tot de stukken zoals bedoeld in artikel 8:42 van Pro de Awb en verzoekt hij verweerder deze te overleggen.