ECLI:NL:RBDHA:2024:2290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen verlenging en voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 28 juli 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is op 22 januari 2024 verlengd met maximaal twaalf maanden omdat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting. Eiser heeft tegen dit verlengingsbesluit beroep ingesteld en tevens tegen het voortduren van de bewaring.
De rechtbank heeft het verlengingsbesluit en het voortduren van de bewaring getoetst aan de wettelijke criteria. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de uitzetting meer tijd zal vergen vanwege het niet meewerken van eiser, die weigert zijn vingerafdrukken af te geven en niet meewerkt aan vertrekgesprekken. De gestelde psychische problematiek is onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank acht de gronden voor bewaring, waaronder het ontbreken van rechtmatig verblijf en het risico op onttrekking aan toezicht, voldoende onderbouwd. Er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mits eiser meewerkt. De staatssecretaris heeft voldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting. De belangenafweging is kenbaar gemaakt en rechtvaardigt de voortzetting van de bewaring.
De rechtbank concludeert dat het verlengingsbesluit en het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig zijn en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het verlengingsbesluit en het voortduren van de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard.