Uitspraak
- [verwerende partij] in persoon, bijgestaan door mr. A.J. Tavasszy.
Rechtbank Den Haag
AT B.V. verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] wegens ernstig verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter oordeelt dat AT een gerechtvaardigd belang heeft bij het verzoek, mede omdat AT een voorbeeld wil stellen richting personeel.
Op 11 oktober 2024 verliet [verwerende partij] zijn werkplek in Den Haag tijdens werktijd en bezocht zonder bevoegdheid het filiaal in Leidschendam. Daar uitte hij zich op een agressieve en luidruchtige wijze tegenover de HR-manager en area manager over een personeelskwestie waar hij feitelijk niets mee te maken had. Dit gedrag werd als bedreigend ervaren en is onverenigbaar met zijn rol als leidinggevende.
De kantonrechter kwalificeert dit gedrag als ernstig verwijtbaar handelen dat een dringende reden voor ontslag op staande voet vormt. Van AT kan niet worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De ontbinding wordt vastgesteld per 1 januari 2025, waarbij geen opzegtermijn wordt gehanteerd. Vanwege de ernstige verwijtbaarheid heeft [verwerende partij] geen recht op transitievergoeding. Tevens wordt hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2025 wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder recht op transitievergoeding.